De wervelkolom bestaat uit een keten van wervels die samen een sterk maar flexibel geheel vormen.
Tussen elke wervel ligt een tussenwervelschijf die schokken opvangt, en aan de achterkant zitten de facetgewrichten die beweging sturen.
Wanneer een of beide wervelbogen beschadigd zijn of wanneer het gewricht verslapt, kan de bovenliggende wervel iets naar voren glijden.
Dit kan op zichzelf weinig betekenen, maar wanneer de stabiliteit afneemt, kan het omliggende zenuwweefsel geprikkeld raken.
Dat veroorzaakt pijn of een zwaar, vermoeid gevoel in de rug of benen.




