Een tussenwervelschijf bestaat uit twee hoofddelen:
- De nucleus pulposus: de zachte, gelachtige kern in het midden. Deze kern werkt als een waterkussen dat druk opvangt bij beweging.
- De annulus fibrosus: de stevige buitenring van vezelig bindweefsel. Deze ring houdt de kern op zijn plaats en verdeelt de belasting.
Samen vormen ze een flexibel systeem dat kracht opvangt én beweging mogelijk maakt.
Bij elke stap, sprong of buiging verandert de drukverdeling in de schijven.
Het zijn letterlijk de dempers van de wervelkolom.





