Om te begrijpen waarom spasticiteit optreedt is het belangrijk om te weten hoe een gezonde spier wordt aangestuurd. Elke beweging ontstaat door een balans tussen spieractivatie en spierremming. De hersenen sturen via het ruggenmerg een signaal dat bepaalt hoe hard een spier moet werken. Tegelijkertijd loopt er een remsignaal dat voorkomt dat spieren te sterk aanspannen.
Bij een gezonde beweging is dit een vloeiende samenwerking. De juiste spier trekt aan, de tegenhanger ontspant en andere spieren stabiliseren de beweging. De hersenen verwerken voortdurend informatie uit spieren, pezen, gewrichten en huid om dat geheel precies af te stemmen. Wanneer dit systeem verstoord raakt, bijvoorbeeld door een beschadiging of overprikkeling van zenuwweefsel, verandert deze balans. De spier ontvangt dan te veel activatie en te weinig remming.
Het resultaat is spasticiteit. De spier reageert te sterk op rek, beweging of aanraking. Soms gebeurt dit alleen in bepaalde houdingen. Soms reageert de spier al voordat je de beweging start. Het lichaam probeert hiermee controle te behouden maar slaat door naar een te sterke beschermingsreactie.




