Een zenuw bestaat uit een kern die het signaal geleidt en daar omheen de myelinelaag. Deze laag werkt als isolatie. Het zorgt ervoor dat het elektrische signaal sprongsgewijs kan voortbewegen. Daardoor gaat signaalgeleiding tientallen keren sneller dan zonder myeline. Wanneer de myelinelaag wordt afgebroken of beschadigd, moet het signaal als het ware weer continu door de zenuw heen reizen in plaats van te springen. Dat kost meer tijd en energie en verhoogt de kans op signaalverlies.
Bij lichte aantasting vertraagt de zenuwgeleiding. Bij ernstigere aantasting kunnen signalen wegvallen of ongecoördineerd raken. Dit verklaart waarom patiënten soms krachtverlies ervaren of moeite hebben met fijne motoriek. Het verklaart ook waarom gevoel doffer kan worden. De zenuw komt simpelweg minder precies aan met zijn boodschap.
Demyelinisatie treft meestal de perifere zenuwen buiten de hersenen en het ruggenmerg, maar kan ook centraal voorkomen. In dit artikel richten we ons op de perifere vormen die het meest worden gezien bij rug en nekklachten binnen de eerstelijns beweegzorg.





