Elke zenuwwortel die uit de wervelkolom komt, stuurt een aantal spieren aan. Dat gaat niet om één spier maar om een groep spieren die samen verantwoordelijk zijn voor een specifieke beweging. Denk aan het buigen van de elleboog, het strekken van de knie of het optillen van de voet. Dat bewegingspatroon vormt het myotoom van die zenuwwortel.
Wanneer een zenuw onder druk staat of geïrriteerd raakt, kan de spierkracht afnemen. De beweging wordt moeizamer of voelt niet stabiel. Soms gebeurt dit subtiel, soms heel duidelijk. Dit maakt het testen van myotomen een krachtig hulpmiddel bij het lichamelijk onderzoek. Door te meten welke beweging zwakker is, kan worden afgeleid welke zenuw aandacht nodig heeft.
Belangrijk om te weten is dat myotomen niet strikt gescheiden zijn. Spieren ontvangen vaak signalen van meerdere zenuwwortels tegelijk. Dat geeft het lichaam een veilige basis voor herstel. Zelfs wanneer één zenuw verstoord raakt kunnen andere zenuwen een deel overnemen. Daarom is krachtverlies meestal gedeeltelijk en niet volledig.





